Groenbeheer draait niet alleen om veiligheid

Het groen van Rijkswaterstaat wordt de komende jaren gevarieerder en duurzamer. Bij het beheer staat niet langer alleen de verkeersveiligheid voorop, maar spelen biodiversiteit en landschappelijke waarde nadrukkelijker mee. Stephan Roos van BUN-K: ‘Hopelijk is grootschalige bomenkap daarmee over twintig jaar niet meer nodig.’

De eerste tekenen van de nieuwe insteek zijn te zien op een landtong tussen het Spuikanaal en het Schelde-Rijnkanaal: tweeduizend gerooide populieren worden vervangen door gevarieerder groen. Stephan Roos, projectleider bosbeheer bij BUN-K, legt uit: ‘Afgelopen winter hebben we bij het Spuikanaal een spoedkap uitgevoerd. De populieren die daar in de jaren tachtig zijn aangeplant, waren in slechte conditie en vormden een risico voor de omgeving. Helaas bleek de enige optie grootschalig ingrijpen. Alleen in het meest noordelijke stuk konden we ons beperken tot uitdunning van het bos. Het doel is dat de jonge opstand daardoor genoeg ruimte en licht krijgt en er natuurlijke verjonging plaatsvindt. We houden dat de komende jaren in de gaten en als het nodig is, planten we bij.’

Windvanger

De rest van de gerooide landtong, in totaal zo’n acht hectare, wordt op dit moment beplant met verschillende soorten bomen en struiken. ‘De vijf rijen populieren die er stonden, hadden verschillende functies. Allereerst als structurerend landschappelijk element: deze benadrukt de kaarsrechte kanalen. En ze vormden een windvanger voor de scheepvaart. Die elementen moesten terugkomen. Daarom zijn een kleine vijfhonderd flinke esdoorns, iepen en populieren teruggeplant in drie lanen. Daartussen en erlangs planten we de komende weken dertigduizend stuks bosplantsoen, waarvan sommige uitgroeien tot bomen en andere struiken blijven, waardoor er gelaagdheid ontstaat. Overigens hebben we bij de spoedkap één oude bomenrij alleen teruggesnoeid. Uit ecologisch onderzoek bleek dat deze dient als vliegroute voor vleermuizen. Deze bomen worden weggehaald als de nieuwe groot genoeg zijn om die functie over te nemen.’

Toekomstbestendig

De nieuwe bomen en struiken zijn toekomstbestendiger dan de populieren die er stonden en hebben meer ecologische waarde, zegt Stephan. ‘Door een mengeling van soorten is het geheel interessanter voor vogels en andere soorten en minder vatbaar voor ziekten en droogte: een probleem waar de oude populieren onder te lijden hadden. Bijkomend voordeel is dat deze nieuwe beplanting niet allemaal even snel groeit en verschillende leeftijden kan bereiken. Hierdoor hoef je in de toekomst niet meer alles tegelijk te vervangen. Zo kun je met relatief kleinschalig beheer het groen in stand houden. De aannemer houdt de ontwikkeling van de nieuwe aanplant de komende twee jaar goed in de gaten. Die kan eventueel extra water geven of wat herplanten als het nodig is. Daarna worden deze bomen opgenomen in het reguliere beheer.’

Gat in de rij

Het project langs het Spuikanaal is een leerproject, vertelt Stephan. ‘Rijkswaterstaat beheert veel groen langs wegen en kanalen. Meestal aangeplant om de infrastructuur in te passen in het landschap, door bijvoorbeeld de achtergrond uit te lichten of juist een woonwijk af te schermen. Maar in het beheer wordt dat ruimtelijke idee vaak vergeten. Dan wordt bijvoorbeeld een aantal bomen uit een laan gehaald, omdat ze dreigen om te vallen. Vanuit verkeersveiligheid gezien een logische keuze. Maar dat ziet er natuurlijk niet uit, zo’n gat in de rij. En misschien moet je een jaar later wéér terug naar die locatie omdat de overblijvende bomen verder aftakelen. Dat kan efficiënter. We beheren vanuit wat de omgeving nodig heeft als het gaat om landschap, biodiversiteit en koolstofvastlegging. Maatschappelijke opvattingen over het klimaatakkoord en de circulaire economie willen wij in de dagelijkse praktijk brengen en we willen breder nadenken over ons groen dan alleen vanuit het kader van veiligheid. Binnen Rijkswaterstaat is dit de afgelopen jaren uit beeld geraakt, dus deze projecten zijn in eerste instantie bedoeld om weer ervaringen op te doen. Zo proberen we stapje voor stapje verbeteringen door te voeren. En dan is massaal kappen zoals bij het Spuikanaal hopelijk over twintig jaar niet meer nodig.’