Blik op bomen

Adviseur Peter-jan Keizer over de bosvisie

BUN-K heeft samen met anderen binnen Rijkswaterstaat een nieuwe kijk op bos ontwikkeld. In deze bosvisie staan 3 opgaven genoemd: beter bos, meer bos en langdurige koolstofvastlegging in de keten. Peter-Jan Keizer is landelijk adviseur beheer en onderhoud groenvoorzieningen langs wegen en kanalen bij Rijkswaterstaat. Wat vindt hij van de bosvisie?

Van het areaal van Rijkswaterstaat is ruim 5.000 ha in gebruik voor bomen en bos. Nu is het beheer van bomen en bos vooral gericht op het kosteneffectief waarborgen van de veiligheid voor de
(vaar)weggebruiker en het realiseren van de landschappelijke inpassing van de infrastructuur. Maar vanuit maatschappelijke vraagstukken als klimaatverandering, afname van biodiversiteit en een circulaire economie, worden aan bomen en bos nieuwe functies toegekend. Zo kunnen bomen en bos bijdragen aan het vastleggen van koolstof, hittestress voorkomen, bijdragen aan biodiversiteit en hout leveren als hernieuwbare grondstof voor een circulaire economie.
Ook bomen en bos op het areaal van Rijkswaterstaat kunnen een bijdrage leveren aan die nieuwe
functies, vindt Peter-Jan Keizer. Daarbij pleit hij voor een slimme en vooral pragmatische afweging per stuk areaal.

Welke beweging zie jij de afgelopen decennia bij Rijkswaterstaat als het gaat om bermen, bomen, biodiversiteit en natuur?

‘Ik zie een golfbeweging. Aandacht voor natuur en diversiteit is er altijd al geweest, maar hangt vaak samen met het economisch en maatschappelijk getij waarin we zitten. Rijkswaterstaat volgt deze getijden meestal. Toen we 10 jaar geleden nog midden in een economische crisis zaten, lag de focus bij beheer en onderhoud vooral op het laag houden van de kosten. Inmiddels gaat het alweer een aantal jaren goed met Nederland en is er meer draagvlak om natuur en biodiversiteit de ruimte te geven in de onderhoud- en beheerplannen. Mede ingegeven natuurlijk door maatschappelijke kwesties zoals de stikstofproblematiek, klimaat en het groeiende besef van het belang van biodiversiteit, duurzaamheid en circulariteit.’

Een motie van het Kamerlid Schonis dwingt de overheid de achterstand in te lopen van de verplichte herplant van bomen bij infrastructurele werken. Biedt de bosvisie van BUN-K hier oplossingen voor?

‘Dat denk ik zeker. Het probleem nu is dat herplant van bomen vaak helemaal aan het einde of zelfs niet in het lopende project is ingepland. Dat betekent dat herplant pas in beeld komt als het project is afgerond, het budget op is en niemand zich meer verantwoordelijk voelt. De bosvisie kan aanleiding zijn om de positionering van herplant in projecten eens goed onder de loep te nemen en – al dan niet in overleg met provincie of gemeente – te kijken op welke plekken nieuw bos kan worden gerealiseerd. Langs kanalen zijn hiervoor meer mogelijkheden dan langs autobermen: het aantal bomen is daar verhoudingsgewijs niet heel groot. Bovendien hebben we te maken met beperkingen die zijn ingegeven door verkeersveiligheid en landschappelijke inpassing. Meer biodiversiteit kun je langs autobermen overigens wel creëren met bloemrijke grasvegetatie, maar dan moet deze wel goed worden beheerd.’

In de leidraad beheer groenvoorzieningen staat hoe Rijkswaterstaat het groenbeheer uitvoert. Het doel van het beheer van de groenvoorzieningen is met één uitgekiende set van beheermaatregelen alle functies van de groenvoorzieningen mogelijk te maken. Hoe zie jij de doorvertaling van de bosvisie in de leidraad groenvoorziening naar de groenbeheerplannen?

‘Bij reconstructies en soms bij het herbestemmen van overgebleven stukjes terrein kun je nieuwe percelen bos aanleggen. Hierbij kun je de nieuwe inzichten zoals toekomstige houtproductie laten meewegen bij inrichting, soortkeuze én het te voeren beheer. Bij bestaande bermbosjes zijn de kansen hiervoor vaak kleiner, vanwege de kleine omvang, slechte bereikbaarheid en bestaande soortensamenstelling. Ik zie wel mogelijkheden om, meer dan tot nu toe, bomenrijen langs wegen en kanalen aan te leggen. Het zijn mooie landschappelijke elementen, het levert mooi hout op en kan de biodiversiteit ondersteunen.’

Hoe draagt een gevarieerde boomaanplant in jouw ogen ook bij aan biodiversiteitsherstel?

‘Er is een belangrijk verschil tussen bospercelen en boomrijen langs een kanaal of weg. Bospercelen bieden meer mogelijkheden om verschillende soorten door elkaar heen te planten, maar het is belangrijk om bij nieuwe aanplant niet alleen te letten op diversiteit en esthetiek, maar ook op de bodemsoort. Benut kansen door de bomen te planten die horen bij het aanwezige bodemtype.’

‘Verder maak ik altijd onderscheid tussen “rommelbosjes” en natuurlijk bos met een voedselrijke bodem. De eerste categorie is het gevolg van sterk gemengde, fosfor- en stikstofrijke grond, vaak vermengd met zogenaamde zwarte grond. Hier groeien vooral brandnetels en bramen, planten met een lage natuurkwaliteit. Hier zijn ook in de toekomst weinig natuurwaarden te verwachten. De tweede categorie is het gevolg van een kalkrijke klei- of zavelbodem. Hier liggen veel hogere kansen voor hoge natuurwaarden, vooral als de bodem ongestoord is gebleven.
Ben je in een situatie met weinig kans op natuurwaarden, dan kan de beplanting nog steeds heel geschikt zijn voor de visuele omlijsting van de weg en voor houtproductie met hoogwaardige verwerking.’

‘Wanneer je kijkt naar de toekomst van de beplanting langs bermen: dit is vaak een dynamisch gebied, omdat er bij snelwegen regelmatig aanpassingen zijn. Let er op dat je met het beplantingsontwerp rekening houdt met deze dynamiek. Een ontwerp voor, zeg, 100 jaar zal waarschijnlijk die leeftijd niet halen. Ook de ontwikkeling van ecologische kwaliteit gaat langzaam: bosplanten vestigen zich heel geleidelijk. Wees je dus ervan bewust dat het bosecosysteem wellicht niet tot wasdom komt omdat er mogelijk een aanpassing van de snelweg op stapel staat.’

‘Voor mij zijn dit allemaal pragmatische overwegingen bij de overigens inspirerende bosvisie. Het is een visie, die je binnen je eigen regionale mogelijkheden vorm moet geven.’

Is oogsten en herplanten in projecten wat jou betreft een goede combinatie?

‘Ja, dat is een prima combinatie, omdat ze elkaar niet bijten, als is de manier waarop er wordt gecombineerd wel van groot belang. Ik pleit daarbij een voor structurele inbedding van herplant binnen een project. Zorg bij aanvang al voor gedetailleerde plannen en een begroting. Heb je een gebied met een hoge natuurpotentie? Leg dan het accent op natuur en biodiversiteit. Is de natuurpotentie niet zo hoog, benadruk dan vooral de mogelijkheden voor houtproductie. Bij een groter stuk areaal kun je daarbij kijken welke houtsoort goed in de markt ligt. Ook dan kan de biodiversiteit trouwens na verloop van tijd op gang komen.’