Leren van de populieren

De kap van de 7.000 populieren langs de A6 is deze maand voltooid. De herplant start dit voorjaar. Nieuwe uitdaging is de A2 Boxtel-Best, waarvoor 2.100 populieren worden vervangen door nieuwe. Begin januari startte de kap en eind dit jaar vindt de herplant plaats. Welke lessen zijn er geleerd van de A6, hoe pakken we de A2 aan en hoe verbinden we de regio’s van RWS met deze werkwijze?

Ronald van Heerde is als assetmanager van het gebied rond de A6 verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de populieren. Hij is blij met de duurzame en innovatieve aanpak van het onderhoudsproject. ‘We zijn heel planmatig aan de slag gegaan: hebben ruim van te voren de nieuwe populiersoorten geselecteerd en 7.000 bomen twee jaar bij de kweker laten groeien. Door onderhoud planmatig aan te pakken kom je niet voor verrassingen te staan en levert het op den duur zelfs geld op. Daarom is het belangrijk om het groenbeheerplan te herzien en bijvoorbeeld dunning van bomen op vaste momenten in te plannen, zodat je sterkere bomen krijgt die langer meegaan.’

Duurzame bestemmingen
Bas de Leeuw, oogstmanager van BUN-K, haakt hierop aan. ‘Het geld dat het hout van de populieren oplevert, heeft ons voor de revitalisering van het gebied langs de A6 de helft van de kosten bespaard. Diezelfde vlieger gaat ook op voor de A2.’ Verschil tussen het populierenvervangingstraject A6 en dat van de A2 is dat Rijkswaterstaat deze keer het hout niet via de aannemer, maar zelf verkoopt. De Leeuw: ‘Deze keer blijven wij eigenaar en maken we gebruik van de kanalen van Staatbosbeheer voor de verkoop van het hout. Op deze manier hebben we al een aantal duurzame bestemmingen voor het hout gevonden, waarbij het hoogwaardig wordt verwerkt. Zo gaat een klompenfabriek hout opkopen, een papierfabriek en een andere producent van houtproducten. Het resthout gaat naar de energiecentrale.’

Betrekken
Als er iets is wat De Leeuw uit het project A6 heeft geleerd, is het dat het belangrijk is om de omgeving intensief bij het project te betrekken. ‘We hebben omwonenden tijdig en volledig geïnformeerd op verschillende manieren’, aldus De Leeuw. ‘De procedure is dan ook heel soepel verlopen. De bewoners hadden begrip voor het kappen en waren blij met onze aanpak.’ Ook het betrekken van de lokale bijenvereniging Lelystad bij de herplant, viel in goede aarde volgens Van Heerde. ‘We hebben samen gekeken hoe we, nu we ook de onderbegroeiing gaan vervangen, iets voor de bijen kunnen doen. Mede op basis van hun input hebben we struiken geselecteerd die stuifmeel en nectar produceren.’

Regio’s verbinden
So far, so good voor wat betreft de vervanging van de populieren langs de A6 en de A2. En nu? ‘Het is belangrijk dat de Integrale Project Managementteams van Rijkswaterstaat duurzaam en circulair denken meenemen in hun projecten’, vertelt Bas de Leeuw. ‘Dat je deze uitgangspunten ook bijvoorbeeld terugziet in de uitvragen bij aanbestedingen en in de contracten voor onderhoud en beheer van groen. BUN-K kan hier een verbindende rol in spelen voor de verschillende regio’s en zorgen voor uniformiteit. Deze maand was ik bijvoorbeeld nog bij Rijkswaterstaat in Roermond om te vertellen over onze werkwijze bij de A6 en de A2. Ook daar moeten namelijk populieren worden vervangen. Ze horen graag hoe we dit hebben aangepakt en hoe ze duurzaamheid kunnen koppelen aan kostenbesparingen. De komende jaren is het de opdracht van BUN-K om deze kennis en kunde over te brengen op de teams, totdat het binnen Rijkswaterstaat standaard is om projecten duurzaam en circulair in te steken. Heb je een uitdaging met het oogsten of beheren van bomen op het areaa van Rijkswaterstaat? Neem dan gerust contact met mij op. Ik denk graag met je mee over de mogelijkheden. ’ bas.de.leeuw@rws.nl